Lees hier de originele versie van hoofdstuk 15 van Duistere Nachten.
De eerste horde hebben we overleefd. Ik heb me volgens Oleg voldoende gedragen om Yelena te kunnen voeden. Het is de eerste keer sinds de stilteringen dat ze iets kan eten. Zelfs het drinken verloopt moeilijk, ze krijgt maar een paar druppels per keer tussen haar lippen. We hebben geprobeerd om met een rietje iets te drinken, zelfs dat verliep moeizaam.
Na een klopje op de deur komt er een verpleegkundige binnen. Ze ziet er lief uit en knikt vriendelijk goedemorgen. Toch vertrouw ik haar niet. Ze komt hier alleen omdat ze duidelijke instructies heeft gekregen. Waaronder hoogstwaarschijnlijk de instructie om Oleg op de hoogte te houden van mijn doen en laten. Daar zal ze dan heel kort over kunnen zijn. Ik doe niets meer dan naast Yelena op het bed zitten en haar hand vasthouden. Meer krijg ik niet voor elkaar.
De verpleegkundige stroopt haar mouwen op en begint met de voorbereiding. Ze legt alles klaar op een schoon dienblad en begint met het ontsmetten van Yelena’s arm. Ze neemt een dunne, steriele naald en prikt deze voorzichtig in de arm van Yelena. Ze gaat met uiterste precisie te werk. Je kan zien dat ze dit vaker gedaan heeft. Ze bevestigt de naald aan en hangt de infuuszak met vloeibare voeding eraan vast.
Al snel zie ik een geleidelijke stroom van voedingsstoffen door de buis lopen en in Yelena’s ader stromen. Het gedruppel van het infuus klinkt synchroon met het getik van de regen op de ruiten. Tik… Tik… Tik… Een druppel verder van de dood. Tik… Tik… Een druppel meer kracht. Tik… Tik… Tik… De tranen stromen over Yelena’s wang en het breekt mijn hart. Ook al kan ik haar tranen wegvegen, haar pijn kan ik niet wegnemen. Waar zijn we mee bezig?
Ik hoop dat Lev snel in actie schiet. Hij is op dit moment mijn enige hoop. Dit krijg ik niet alleen voor elkaar, ik heb hulp van buitenaf nodig. Ik heb nooit precies geweten wat Atlas, Murphy en Lev deden, al had ik wel door dat ze heel wat macht in handen hadden. Zeker als ze hun krachten bundelen. Ik vraag me af of hij mijn hint van de drie kinderen begrepen heeft. Ik hoop dat ik Miley snel weer in mijn armen kan sluiten en deze nachtmerrie achter me kan laten. Het enige goede hier is Yelena. Voor haar doe ik alles, de rest kan me gestolen worden. Ook al is er rijkdom en macht, het is allemaal vergiftigd. Het liefst zou ik met Atlas en de kinderen ergens rustig wonen. Ik leef tussen twijfel en hoop.
De zak is bijna leeg en Yelena begint weer wat kleur op haar gezicht te krijgen. Toch lijkt het niet voldoende. Ik besluit mijn bossbitchvibes in te zetten.
‘Geef haar nog een zak,’ zeg ik tegen de verpleegkundige. Ze kijkt me met grote ogen aan, het is duidelijk dat ik angstaanjagender ben dan ze gedacht had. Net goed. Een gezonde portie angst voor mij kan absoluut geen kwaad in deze situatie.
‘S-Sorry, mevrouw, ik heb duidelijke instructies gekregen om één zak toe te dienen, meer kreeg ik ook niet mee.’
‘Geef haar dan extra vocht, je ziet dat ze dit nodig heeft.’
‘Dat kan ik niet, mijn excuses.’ En ze begint het infuus af te koppelen en haar spullen op te ruimen.
‘Mevrouw, geef me de spuit terug alsjeblieft. Ik kom in gigantische problemen terecht als ik niet alles terug bezorg. Ik word gecontroleerd bij het naar binnen en naar buiten gaan. Geef alsjeblieft de spuit terug,’ smeekt ze met pure angst in haar stem.
Shit, ik had gehoopt de naald ooit te kunnen gebruiken om me te verdedigen, ik had niet gedacht dat ze zou merken dat die weg zou zijn. Wanneer ik de angst in haar ogen zie, krijg ik het niet over mijn hart en geef haar de naald terug. Niets van dit alles is haar schuld. Ze kijkt me aan en schudt meelevend haar hoofd.
‘Het spijt me, mevrouw, ik had graag meer voor jullie gedaan, maar ook ik ben met mijn handen gebonden aan alles wat meneer Oleg wenst,’ zegt ze, waarna ze zich snel uit de voeten maakt. Ik ga weer naast Yelena op het bed liggen. Ze wrijft met haar zachte, gerimpelde hand over mijn haren en ik voel de onrust van mijn lichaam glijden. Mijn vermoeidheid neemt het over en ik glijd weg in een diepe slaap.
Ik draai me om en zie Miley naar me toe rennen. Ik til haar op in mijn armen en draai haar in het rond. Ze is groot geworden. Het lijkt alsof ze in een maand tijd een paar jaar ouder is geworden. Het is geen dreumes meer, eerder een zevenjarige. Het is vreemd. Ik besef dat dit niet echt kan zijn, dat ik aan het dromen ben. Het is goed zo, ik heb haar eindelijk bij mij, ik zou niet willen vertrekken uit deze droom. Dan valt er een zwarte roos uit de lucht. Wanneer ik me buk om ze op te rapen en weer rechtop sta, begint mijn buik heel hard te groeien. In nog geen vijf seconden tijd ga ik van een platte buik naar een hoogzwangere. Als ik opkijk is Miley verdwenen. Ik zoek haar overal, maar kan haar nergens vinden en raak in paniek. De ruimte waarin ik me bevind wordt smaller en smaller, ze krimpt in elkaar tot de proporties van een nauwe gang met eindeloos veel deuren. Ik probeer de deuren te openen, maar ze zijn op slot.
In het midden van de gang hangt een touwtje. Ik kijk om me heen, er is niemand in de buurt. Ik roep, maar krijg geen gehoor. Ik voel de grond onder mijn voeten wegzakken en probeer me vast te houden aan het touwtje. Het touw geeft me een elektrische schok en ik schiet achteruit tegen een van de deuren. Terwijl de grond verder wegzakt, probeer ik me vast te klampen aan de deurklink. Mileys gehuil klinkt aan de andere kant van de deur. Ik probeer er alles aan te doen om binnen te geraken, maar het lukt me niet.
Dan word ik opgeschrikt door een luide knal van een deur die opengaat. Atlas komt op een vliegend tapijt door de gang en vliegt naar mij. Wanneer we samen op het tapijt zitten, vliegt hij omhoog. Weg van de brokstukken die onder ons liggen. Hij kijkt naar mijn buik, die is weer plat geworden. Hij haalt een rugzak tevoorschijn en haalt daar een baby uit, hij duwt het schattigste wezentje dat ik ooit heb gezien in mijn handen en –
Ik schiet wakker door de deur van de slaapkamer die openknalt. Verschrikt ga ik rechtop zitten als Oleg binnen paradeert. Hij was gisterenavond helemaal in zijn nopjes. Hij genoot van de aandacht en zijn aandeel in de machtsverhoudingen. De verwaande lach op zijn gezicht smelt als sneeuw voor de zon als hij ziet dat Yelena op mijn bed ligt.
‘Haal die smerige vrouw hier weg.’
‘Die smerige vrouw was wel mijn kindermeisje, toon haar een beetje respect!’
‘Je bent al heel lang geen kind meer, dus ik begrijp niet waarvoor je haar nog nodig zou hebben. Weg met haar!’
Hij neemt haar bij haar arm en trekt haar uit het bed. Ze krijgt amper de kans om goed rechtop te staan als hij haar naar buiten duwt.
‘Ga jij maar helpen in de keuken, lelijke heks.’
Yelena knikt en geeft zich gewonnen. Haar ogen wensen me moed voor ze zich omdraait en zich naar de keuken begeeft.
‘Hoe kan het dat jij nog geen kogel door je kop hebt gekregen met je lompe mond?’ vraag ik hem verbeten als hij weer naar mij toe stapt.
‘Pas maar op dat jij geen kogel door je kop krijgt!’
‘Wat moet je? Als je niets te zeggen hebt, stel ik voor dat je vertrekt. Ik ben nog moe van gisteren, dus laat me met rust. Tenzij je iets nuttigs te zeggen hebt, wat ik betwijfel.’
‘Tsss vrouwtjelief, let op je woorden, je weet wat ervan afhangt.’
‘Waarom ben je hier?’
‘Kan ik mijn echtgenote niet zomaar verblijden met een bezoek?’
Met een vuile blik kijk ik hem aan. ‘Ik vraag het nog een keer, wat wil je?’
‘Jij hebt niets te vragen of te willen van mij. Ik beslis hier over jouw leven en dat van Yelena. Als ik je zeg te springen, is het enige wat je nog mag vragen hoe hoog je moet springen.’
‘Oké, uwe koninklijke hoogheid, hoe hoog moet ik springen deze keer?’
Hij loopt naar me toe en neemt mijn kin in zijn handen om me te dwingen naar hem te kijken.
‘Over vijf dagen is er een nieuw bal. Ik sta er tot nu toe iedere keer van te kijken hoe jij je kan transformeren van een lelijk varken naar zo’n vrouw die seks en macht uitstraalt.’
‘Dus over vijf dagen moet ik opnieuw klaarstaan om die seks en macht uit te stralen?’
‘Ja, en deze keer mag er nog een tandje bij.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Ik bedoel dat ik deze keer lang genoeg rekening met jou heb gehouden. Er wordt van mij verwacht dat ik nakomelingen krijg, het is aan jou om me die te geven.’
Shit, zegt die lul nu wat ik denk dat hij zegt? Hij moest eens weten dat ik al meer dan twee maanden zwanger ben. Alleen al de gedachte om met hem naar bed te gaan, maakt me opnieuw zo misselijk dat ik het gevoel heb dat ik op ieder moment heel de kamer kan onder kotsen.
‘Wat is er gebeurd met de papieren zak, ik dacht dat je mij niet aantrekkelijk vond?’ probeer ik zijn gedachten af te leiden.
‘Bwah, toen ik je in vol ornaat zag, viel dat wel mee. Je hebt het ideale lichaam om kinderen te baren en ik wil niet langer wachten. Dit is een kantelpunt voor mijn machtspositie. Ik heb nog maar één hindernis te overwinnen om de grootste Pakhan in Rusland te worden.’
‘Ben je nu niet een beetje te bescheiden?’ pers ik er sarcastisch uit. ‘De grootste? Waarom zou je niet voor Zakone gaan?’
‘Dat zal ik op termijn ook doen, als je een beetje geluk hebt sta je dan nog aan mijn zijde.’
‘Geluk?’ roep ik uit, terwijl ik druk gebarend naar mijn kamer wijs. ‘Noem je deze gevangenis gelúk hebben?’
‘Je komt niets tekort, tenzij het wat mannelijke aandacht is en daar wil ik je graag mee verder helpen.’
‘Over mijn lijk!’
‘Ook dat kan geregeld worden, voor jou pleeg ik met veel plezier necrofilie.’
‘Je bent gestoord.’
‘Doe niet zo brutaal, Zoya, het staat je niet!’
‘Het is niet dat je mij een keuze geeft, jij klootzak!’
Zijn ogen vernauwen zich en langzaam komt er een glimlach op zijn gezicht.
‘Dus jij wil meer keuzes hebben?’ vraagt hij me. Ik voel aan alles dat achter deze vraag zoveel meer zit dan wat je op het eerste gezicht zou zeggen. Al zou ik niet weten wat hierachter kan zitten. Wat kan ik verkeerd doen door hier met ja op te antwoorden? Niets toch? Dus ik antwoord met ‘ja’.
Zijn glimlach wordt nog groter, nog demonischer. Het voelt niet goed.
‘Goed, als jij keuzes wilt maken, dan geef ik je die kans. Je bent mijn vrouw, dus ik geef je met plezier wat je wilt.’
‘Echt?’
‘Ja natuurlijk, wat is je keuze?’
‘Dat je Yelena en mij vrijlaat.’
Hij begint heel hard te lachen. Het bezorgt me koude rillingen.
‘Dat is geen keuze, dat is een wens. Jij vroeg om keuzes te kunnen maken, die kans krijg je.’
Hij neemt zijn mobiel, drukt een nummer in en wacht even. De mobiel gaat twee keer over voor er iemand opneemt. Oleg verspilt geen tijd aan begroetingen of andere beleefdheden en valt meteen met de deur in huis.
‘Breng dat blonde jonkie en die brunette uit de kelder naar de speelkamer,’ en hij hangt op.
Wat?! Waar slaat dit op?
‘Wat ben je van plan?’ durf ik te vragen.
‘Jou keuzes geven, vrouwtjelief. Kom mee.’
Hij neemt me hardhandig bij mijn arm en sleept me achter zich aan. Ik probeer hem bij te benen, al is dat bijna onmogelijk. Hoe ironisch is het dat hij mij keuzes belooft, maar me niet eens de keuze geeft om te kiezen of ik in mijn kamer wil blijven of met hem meega?
Hij stopt bij een dikke houten deur die hij openduwt. Fuck, dit lijkt wel een martelkamer. Alles is van donker eikenhout gemaakt en bekleed met bordeauxrood fluweel. Dat stukje zou nog enigszins oké zijn, als er niet overal kettingen, zwepen en messen verspreid lagen. Op de grond en op de lakens zijn bloedvlekken te bespeuren, die niet eens opgeruimd zijn. Vol afschuw kijk ik rond om te eindigen bij Oleg. Die klootzak geniet van zijn spel. Hij heeft zelfs een stijve. Shit, ik had gehoopt dat dit moment nooit zou komen. Zelfs de gedachte dat hij mij opwindend vindt, geeft me een vies gevoel. Het soort viezigheid dat je niet van je af kan wassen.
Ik haal diep adem.
‘Laat me hier weggaan,’ beveel ik hem in de hoop dat de kracht van mijn stem het gevoel zal geven dat ik hier toch nog macht over heb. Dat ik toch nog iets te zeggen heb.
Hij begint weer te lachen. ‘Dat is opnieuw een wens, Zoya, dat is geen keuze. Misschien dat je na vandaag het verschil hiertussen zal kennen.’
Ik draai me om en wil de deur uit lopen. Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt hier te blijven. Maar voor ik een voet buiten de deur kan zetten, neemt Oleg me rond mijn middel vast en gooit me op het bed. Ik probeer van het bed af te rollen, maar hij houdt me met één hand zo stevig vast dat ik niet weg kan. Met zijn andere hand opent hij de lade van het nachtkastje en neemt er een touw en een set handboeien uit.
‘Je eerste keuze,’ zegt hij grijnzend terwijl hij het touw en de handboeien naar me toe gooit.
‘Keuze?’ herhaal ik een beetje dommig. Ik kan er niets aan doen, mijn brein is blijkbaar niet meer in staat om Olegs gedachtegang te volgen.
‘Ja, vrouwtjelief, hoe wil je het liefst vastgemaakt worden? Met een touw of met de handboeien?’
‘Ik wil niet vastgemaakt worden, klootzak. Doe even normaal!’ gil ik naar hem.
‘Tsssssss Zoya, dat hoorde niet bij de keuzes. Een keuze is kiezen tussen het een of het ander. Je kan niet zomaar opties bijverzinnen.’
‘Je bent gek als je denkt dat ik hiertussen ga kiezen!’
‘Geen probleem, dan kies ik. Ik maak met alle plezier de keuzes, die jij niet kan maken.’
En nog voor ik iets kan zeggen heeft hij mijn pols vastgenomen en trekt hem in de lus van het touw. Hij trekt de lus strak en bindt hem vast aan één van de bedstijlen. Wanneer ik naar boven kijk om te zien hoe ik het touw kan losmaken, zie ik dat het hout van de bedstijl een beetje afgesleten is op de plaats waar het touw is vastgemaakt. Ik ben overduidelijk niet de eerste die hier vastgebonden wordt.
Een moment later heb ik al spijt dat ik kostbare tijd heb verloren door naar boven te kijken, want die seconde was exact de tijd die Oleg nodig had om mijn andere pols vast te maken. Shit, dat ruwe touw schuurt mijn polsen nu al open. Grinnikend staat Oleg naar me te kijken.
‘Heb je nu al spijt dat je me hebt laten kiezen?’
‘Doe niet alsof ik een keuze had, lul!’
‘Ik heb je toch heel duidelijk laten kiezen tussen de handboeien en het touw. Als jij niet kiest, dan kies ik. Misschien is het wel handig voor jou om te weten dat ik zelden of nooit de leukste optie kies.’
Op dat moment wordt er op de deur geklopt en worden een blonde jongen in een korte broek en een jonge brunette naar binnen geduwd door twee grijnzende bewakers. Zowel de jongen als het meisje kijkt angstig naar Oleg. Ze lijken net zomin als ik te weten wat ze hier komen doen. Oleg loopt joviaal op hen af. Het meisje deinst wijselijk terug, maar de jongen laat zich voor de gek houden door Olegs masker van vriendelijkheid. Zijn ogen zoeken vragend om hulp en er is zelfs opluchting op zijn gezicht te zien als Oleg zijn arm over de schouders van de jongen legt om hem verder mee naar binnen te nemen in de speelkamer. De idioot!
Ze stoppen voor het bed. Wanneer Oleg gebaart naar de bewakers, duwen ze ook het meisje naar hem toe. Als ze voor het bed staat, trekt hij haar onder zijn andere arm en kijkt me weer aan.
‘Wie van deze twee kies je?’
‘Huh? Wat bedoel je?’
‘Het is toch niet moeilijk, vrouwtjelief. Twee keuzes, de jongen of het meisje. Wie kies je?’
‘Wie kies ik voor wat? Geef me verdomme wat meer informatie, zodat ik op zijn minst weet waar ik voor kies.’
Hij kijkt me arrogant aan. ‘Jij vroeg om keuzes, niet om uitleg. Dus kies, of ik kies!’
Het meisje kijkt me smekend aan, de jongen twijfelt en kijkt onzeker van mij naar Oleg. Hij is jong en gespierd. Wat Oleg ook in gedachten heeft, ik denk dat hij hier beter geschikt voor is dan het meisje, dat bij een zuchtje wind al lijkt te breken.
‘De jongen,’ kies ik.
‘Jammer,’ verzucht hij alsof hij echt teleurgesteld is. Hij neemt een mes van de tafel achter hem en kijkt het meisje met een quasiverontschuldigende blik aan.
‘Het spijt me,’ zegt Oleg tegen haar. ‘Als het aan mij lag, had ik jou gekozen, maar het is mijn vrouw die vandaag de keuzes maakt.’ En voor ze iets kan antwoorden, snijdt hij met het mes haar keel door. Haar ogen worden nog even heel groot, voor de blik in haar ogen wegglijdt in een dodelijke leegte. De jongen slaakt een hoge gil en probeert weg te rennen naar de deur. Daar staan de twee wachters hem met een grijns op te wachten. Het is duidelijk dat ze genieten van de show. De jongen stribbelt tegen, geeft alles om aan deze hel te ontsnappen, maar hij heeft geen verweer tegen de bewakers die hem weer naar Oleg slepen.
Het lijkt alsof mijn hersenen serieus vertraging oplopen, want pas dan dringt het tot mij door dat het meisje juist gestorven is. Nee, gestorven is niet juist. Ze is vermoord. Door mij! Door mijn keuzes. Mijn lichaam, mijn brein en mijn gevoelens lijken bevroren te zijn. Ik kan niet gillen, ik kan niets zeggen, niets doen. Dit is niet menselijk meer, dit kan ik niet aan, dus mijn lichaam neemt het over en verandert in een blok ijs.
Oleg daarentegen, lijkt de tijd van zijn leven te hebben. Aan de bobbel in zijn broek te zien kan ik opmaken dat hij op een perverse manier geniet van dit bloedvergieten.
‘Tweede keuze, Zoya, je had het over necrofilie vanochtend. Wat denk je? Ja of nee?’
‘Néé,’ gil ik. ‘Néé!’ En op slag is het ijs in me verdwenen om weer plaats te maken voor vuur.
‘Tss, zonde, maar goed. Ik respecteer je keuze. Zie je, Zoya, jij beslist. Jij hebt alle touwtjes in handen.’
‘Je bent gek, hufter!’
Hij keert zich naar zijn twee mannen die opnieuw als brave schoothondjes aan de deur wachten. ‘Jullie, breng haar naar beneden.’
Gedwee doen de twee mannen wat hun opgedragen is. Het meisje blijft bloed verliezen langs haar keel en haar lichaam hangt vol met bloed. Ze nemen niet eens de moeite om haar lijk te dragen, maar sleuren het gewoon mee. Haar schoenen laten strepen bloed achter en vormen een spoor naar de uitweg die er eigenlijk niet is. Wanneer de deur met een harde dreun dichtklapt blijven we hier met zijn drieën achter. De jongen heeft ondertussen door dat zijn vertrouwen van enkele minuten geleden volledig misplaatst was en probeert zich achter een kast te verschansen. Hij is nog naïef genoeg om te denken dat er een uitweg is.
Oleg verliest zijn plezier niet en kijkt naar mij.
‘Derde keuze, jij of een touw.’
‘Leg de opties uit klootzak! Wat ik? Wat een touw? Wat, wat!’ gil ik naar hem.
‘Je bent blijkbaar een beetje hardleers, mijn lieve vrouw. Je krijgt keuzes, geen uitleg, geen wensen, gewoon de keuze tussen de opties die ik je geef… Als je blijft teleurstellen, neem ik je die keuzes ook nog af.’
‘Goed, ik heb geen keuzes meer nodig, laat deze nachtmerrie gewoon stoppen. Laat die jongen gaan, hij heeft je niets misdaan. Laat mij gaan, je weet al dat je me in je macht hebt. Voor Yelena doe ik alles wat je van me wil. Dat wéét je…’ snik ik.
‘Ha,’ zegt hij lachend. ‘Ik wil wel stoppen met jou de keuzes te laten maken, maar als je denkt dat het dit,’ en hij wijst rond zich naar de jongen en de speelkamer, ‘stopt, dan ben je nog dommer dan ik al dacht. Dus ik vraag het je nog één keer. Jij of het touw?’
Shit, ik neig naar mezelf, maar aan de andere kant mag ik niet vergeten dat ik zwanger ben. Mijn verantwoordelijkheid reikt zoveel verder dan alleen mezelf. Wat bedoelt hij met een touw? Wat bedoelt hij met mij? Wat zou hij kunnen bedoelen? Shit, hij is zo ziek in zijn hoofd dat ik gewoon niet kan voorspellen welke gruwelijke opties hij in gedachten heeft. Het is zo zielig voor die jongen, hij ziet er nog jong uit. Nog erg naïef en onschuldig. Ik vraag me af hoe hij hier in verzeild is geraakt.
‘Drie,’ begint Oleg af te tellen. ‘Wat zal het worden?’
‘Twee. Eén…’
‘Het touw!’ gil ik en meteen verafschuw ik mezelf dat ik mezelf uit de linie houd, al heb ik geen flauw idee wat deze opties precies inhouden.
‘Prachtig gekozen!’ knort hij tevreden terwijl zijn ogen glanzen van onverdoken opwinding.
Hij loopt naar de kast waarachter de jongen zich schuilhoudt. Ik dacht dat hij achter de jongen aan zou gaan, maar in plaats daarvan trekt hij een lade open en haalt er een gigantisch touw uit. Wanneer ik ernaar kijk zie ik dat het geen gewoon touw is. Het is een soort lasso waarvan de lus glinstert in het licht van de kamer.
Hij neemt de lasso vast en komt ermee naar mij. Hij laat de lus voor mijn ogen bengelen en dan zie ik waarom de lus glinsterde. Het ruwe touw is doorweven met een prikkeldraad. De stekelige pinnetjes steken uit en zien er erg pijnlijk uit. Wanneer ik doorheb wat hij van plan is, begin ik te gillen.
‘Néé, néé, ik verander van keuze. Ik kies mezelf! Kies mij, Oleg, laat dat touw weg, laat die jongen gaan. Oleg, ik sméék je.’
‘Néé, Zoya, je hebt je keuze gemaakt, je zal de gevolgen er ook van zien. Jij hebt alle macht in handen, jij kiest wat er gaat gebeuren. Geniet van de show, mijn liefste!’
De jongen heeft ons gesprek met grote ogen gevolgd. Met zijn prachtige blauwe ogen blijft hij naar Oleg kijken als een hert dat zijn blik niet kan afwenden van een stel dodelijke koplampen die op het punt staan hem dood te rijden.
Wanneer Oleg de lasso met een luide knal door de lucht laat zwiepen, stapt de jongen doodsbang naar achter. Hij blijft achteruit strompelen terwijl de lasso zijn richting uit knalt. In eerste instantie voel ik opluchting, de lasso lijkt de jongen niet te raken. Tot ik zie dat de lasso een tel blijft hangen aan de jongen en dan met kleine stukjes huid en bloedspetters terug naar boven schiet.
De jongen gilt en kruipt verder weg. Oleg draait de lasso in zijn handen rond, alsof hij een cowboy is die koeien gaat vangen. Hij werpt nog een aantal keer en trekt iedere keer een beetje meer huid van de jongen zijn eerst zo knappe gezicht. Ook zijn lichaam staat vol met opengereten wonden waar de lasso achter is blijven haken.
Na de zoveelste poging lukt het Oleg om de lus rond de jongen zijn hoofd te krijgen. Snikkend en smekend huilt hij om genade, maar Oleg trekt de lus strakker om de jongen dichter bij hem te krijgen. Hij haakt de lasso aan een haak aan het plafond vast zodat de jongen geen kant op kan. Hij moet op zijn tenen staan om adem te kunnen halen, de doodsangst staat in zijn ogen geschreven, terwijl hij de longen uit zijn lijf gilt.
Ik gil en ik smeek met de jongen mee, maar het heeft geen effect. Ik zou mezelf willen knijpen, ik zou wakker willen worden uit deze nachtmerrie. Ik kan niet geloven dat dit écht is. Dat deze vorm van wreedheid mogelijk is voor een menselijk wezen. Mijn verstand kan hier niet bij…
‘Klaar voor de volgende keuze?’
‘Néé, Oleg, stop hiermee. Je punt is duidelijk. Laat hem met rust, alsjeblieft, Oleg…’
‘Fake of echt?’
‘Néé, Oleg…’
‘Fake of echt, Zoya. Kies!’
God, wat moet ik kiezen? Wederom is de onwetendheid slopend. Ik weet dat wat ik ook kies, het ontzettend gruwelijk zal zijn. Welk van de twee is het minst wreed? Op het eerste zicht zou ik denken ‘fake’, maar misschien zit het in zijn gestoorde brein dat dat de minst afschuwelijke keuze lijkt en dan zou ‘echt’ uiteindelijk beter zijn. Jezus, dit is één grote mindfuck.
‘Nu!’
‘Fake,’ fluister ik snikkend.
‘Warm of koud?’
Huh? Ik kan niet volgen, hij heeft nog niets gedaan en ik moet al opnieuw kiezen.
‘Komaan, Zoya, je bent beter dan dit, kies snel of ik kies. Wat wordt het? Warm of koud?’
‘Warm,’ weet ik uit mijn mond te persen. Ik kan dit niet meer aanzien en draai mijn hoofd weg. Ik haal mezelf weg uit deze kamer en ga naar het hoekje van mijn herinneringen waar ik me gelukkig voel. Ik ga naar Levs zwembad waar ik met Atlas en de kinderen speel en voel mezelf tot rust komen. Ik voel me gelukkig worden in mijn herinnering. Ver weg van deze duistere wreedheid. Er komt een rust en een kalmte over me. Het is goed hier. Het is mooi en rustig. Ik voel de liefde, voel hun veilige bescherming.
Tot mijn oog met een ruk wordt opengesperd en door een vreemde metalen tang wordt opengehouden. Voor ik iets kan doen heeft hij ook mijn andere oog opengesperd. Ik kan niet knipperen en moet wel kijken naar het bloederige tafereel voor me. Ik probeer mijn gevoel terug te krijgen naar dat veilige plekje van zojuist, maar Oleg is me voor. Hij gooit een kan met koud water in mijn gezicht en tilt mijn kin omhoog.
In mijn ooghoeken zie ik de handvaten van de tangen die mijn ogen openhouden flapperen. Het absurde van dat flapperen doet me in een hysterische lachbui uitbarsten. De lach die ik hoor is van een vrouw die alle gevoel voor normaliteit verloren is en het duurt een paar tellen voor ik doorheb dat ik mijn eigen lach hoor. En op het moment dat ik dat doorheb, begin ik te snikken.
‘Kijken, trut, of anders laat ik je geen keuze en voer ik allebei de opties uit.’
De jongen kijkt me smekend aan. Ook hij laat me geen keuze. Hij ziet af door de keuzes die ik maak, ik ben het hem verplicht om er alles aan te doen om zijn lijden zo draagbaar mogelijk te maken.
Oleg loopt naar de jongen en kust hem op zijn voorhoofd. Hij aait de jongen over zijn hele lichaam en trekt zijn broek en boxershort uit. Verlangend kijkt hij naar de lul van de jongen. Ik heb nooit doorgehad dat hij zich ook aangetrokken voelde tot jongens. Hij streelt zachtjes en teder de lul van de jongen.
‘Ze koos voor fake en warm, prachtige keuze,’ zegt hij liefkozend tegen de jongen. De jongen kijkt verward van hem naar mij en weer terug. Oleg blijft over de lul van de jongen wrijven, lijkt zelfs een beetje teleurgesteld als de lul slap blijft en de jongen jammerend heen en weer wiegt in een poging zijn lul uit de buurt te houden van Olegs handen. De prikkeldraad van de lasso snijdt verder in zijn nek en hij geeft zijn pogingen om te ontkomen snikkend op.
Oleg lijkt een ingeving te hebben en stopt abrupt. Hij beent naar de kast en zoekt in de lades van de kast een aantal spullen bij elkaar. Wanneer hij zich weer omdraait zie ik dat hij een flesje, een spuit en een gigantische dildo vast heeft. Kalmpjes fluitend legt hij de dildo en het rode flesje op het bedeinde. De spuit houdt hij in zijn ene hand, terwijl hij met zijn andere hand terug weer de lul van de jongen in zijn handen heeft.
‘Ik hou van stijve lullen, ik wil graag dat mijn partners even opgewonden zijn als ik.’
Met grote ogen kijkt de jongen me aan voor hulp en opnieuw kan ik niets doen.
Ik gil, ik smeek, maar het baat allemaal niets, want voor ik het weet heeft Oleg de spuit genomen en spuit hij hem helemaal leeg in de lul van de jongen. Die krijst van de pijn en verliest het bewustzijn.
Oleg lijkt gefrustreerd en stapt opnieuw naar de kast om terug te komen met een andere spuit.
‘Oleg… Alsjeblieft stop hiermee…’ smeek ik hem. Al weet ik dat mijn smeekbedes toch niets afdoen. Toch blijf ik het proberen.
‘Tsss Zoya, ik geef hem gewoon wat adrenaline. Ik zou niet willen dat hij een deel van de show mist.’ En hij prikt de spuit leeg in de bil van de jongen. Ook al is de jongen nog altijd buiten westen, zijn lul heeft ondertussen gigantische proporties aangenomen. Plots schieten de ogen van de jongen weer open. Voor even kijkt hij verdoofd rond, maar ik kan in zijn blik zien wanneer de werkelijkheid tot hem doordringt.
Met een manische lach klapt Oleg in zijn handen.
‘Fijn dat je terug bent lieverd,’ zegt hij tegen de jongen die meteen hard begint te gillen.
Mijn ogen beginnen pijnlijk te prikken. Mijn tranen druppen op een vreemde manier uit mijn ogen. Ik kan niet knipperen, ik kan niet wegkijken, ik moet dit aanzien en ik verafschuw iedere seconde. Ik weet niet hoe ik na vanavond nog met mezelf kan leven. Laat staan dat ik met Oleg kan leven. Misschien is de dood toch nog zo slecht niet. Mijn kind mag nooit opgroeien met Oleg in zijn leven. Als ik hier niet op tijd weg raak, moet ik ons beiden doden, want verder leven in deze hel is nog duizend keer erger dan de dood. Ik denk aan Lev. Ik hoop dat hij ons komt redden. Hij is mijn enige hoop.
Opnieuw worden mijn gedachten onderbroken door een kan met ijskoud water die boven me wordt uitgegoten.
‘Kijken bitch,’ snauwt Oleg me toe.
Hij opent het flesje en houdt het onder mijn neus. De scherpe geur van pikante pepers komt me tegemoet en maakt me misselijk. Maar aangezien heel mijn maag al leeg is, is er niets meer om nog uit te kotsen. Dan neemt hij de dildo en laat hem aan mij zien. Op het eerste zicht is er niets aan te zien. Er lijken wel heel wat vreemde tekentjes op te zitten en onderaan is er een lus. Zoiets heb ik nog nooit gezien en ik heb ook geen flauw idee waar dat voor zou kunnen dienen. Hij houdt het lusje vlakbij mijn vingers die ondertussen dik geworden zijn van het strakke touw rond mijn polsen.
‘Trek er eens aan Zoya.’
Ik weet dat ik het erger maak door niet te luisteren en zolang ik dat hier kan doen is die jongen een paar tellen langer veilig voor hem. Ik frunnik mijn wijsvinger door de lus en trek voorzichtig een beetje aan het lusje. Onderaan komt er een touwtje uit. Als ik weer naar de dildo kijk staat mijn hart stil. Dit tart alle verbeelding. Wie kan zoiets bedenken? Op het antwoord moet ik helaas niet lang wachten.
‘Kijk eens wat ik heb laten ontwerpen vrouwtjelief? Ben je niet ontzettend blij dat jij over vijf dagen ook mag meegenieten van mijn creatieve geest?’
Ik kan hier geen antwoord op geven. Creatieve geest is het meest ongepaste eufemisme dat bij Oleg verzonnen kan worden. De dildo van zojuist ziet er volledig anders uit. De tekeningetjes van zojuist zijn open gesprongen en hebben plaats gemaakt voor dikke scherpe naalden die als spijkers uitsteken. Dit is een marteltuig, dit kan hij toch niet menen?
Ik kan mijn ogen niet sluiten, ik wil hier weg. Ik schreeuw, ik beweeg. Ik doe alles om me los te krijgen, maar het enige wat ik voor elkaar krijg is dat mijn polsen harder beginnen te bloeden.
Oleg neemt de dildo vast en trekt hem weer goed. De jongen kijkt nieuwsgierig naar de dildo, maar heeft niets kunnen zien van wat er gebeurt als er aan het lusje getrokken wordt. Oleg legt de dildo nog even weg en neemt het flesje. Hij draait het open en druppelt voorzichtig enkele druppels op de diepste wonden van de jongen. Zijn gegil gaat door merg en been. Hij heeft niet eens door dat Oleg ook druppels op de dildo doet. Hij schudt met het flesje tot heel de dildo kletsnat is van de pikante saus. Ik schud mijn hoofd en hoop dat hij niet van plan is om te doen wat ik vrees dat hij van plan is.
Voor een moment is het stil. Het gillen stopt, het is muisstil. Tot Oleg begint te grinniken. De jongen probeert achter zich te kijken, maar door de strop met schrikkeldraad trekt hij al snel zijn hoofd weer terug. Net op dat moment ramt Oleg de dildo in de kont van de jongen. De jongen schrikt en spant zijn billen aan, waardoor de dildo terugveert. Terwijl hij zijn billen probeert samen te knijpen tegen deze invasie kijkt hij me aan.
‘Help me! Help me dan!’ smeekt hij me.
De tranen druppen uit mijn ogen. Ik heb het gevoel dat ik een oceaan zou kunnen vol huilen uit frustratie. Ik wil hem helpen, maar ik kan niet. Toch niet fysiek tenminste…
‘Sorry,’ zeg ik. ‘Het spijt me dat jij de gevolgen moet dragen van mijn keuzes.’
‘Dat is het leven, mijn jongen,’ zegt Oleg tegen de jongen. ‘Het is ofwel de oorzaak zijn, ofwel het gevolg. Jij hebt de pech dat ik het geluk heb dat ik de oorzaak ben.’ Hij wrijft zachtjes over de haren van de jongen en lekt over het bloed en de tranen die op de jongen zijn gespierde bovenlijf gedrupt zijn. De manische blik in Olegs ogen jaagt me zoveel angst aan. Hij neemt opnieuw het flesje met hete saus en schudt wat druppels tegen de anus van de jongen. Hij begint te gillen, maar is nog steeds in onwetendheid over wat er komen gaat.
‘Kijk naar mij,’ roep ik naar hem. ‘Kijk in mijn ogen!’ gebied ik hem. ‘Het spijt me dat je dit moet meemaken. Kijk niet naar hem, kijk naar mij.’
‘Het brandt!’ gilt hij.
‘Ik weet het, mijn jongen, ik weet het. Hoe heet je?’
‘Peter.’
‘Peter, ik ben Zoya. Kijk me aan, focus op mij. Alleen op mij.’
‘Waarom zou ik dat doen?’ snauwt hij me toe.
‘Omd-’ begin ik, maar juist op dat moment ramt Oleg de dildo weer tussen zijn billen. Deze keer glibbert hij door de pikante saus in één keer naar binnen. Ik zie Peters ogen ineens groot worden. Zijn gezicht wordt nog roder dan dat het al was voordat hij zo luid gilt dat ik het gevoel heb dat er ieder moment een raam kan barsten. Ik kan hem geen ongelijk geven. Shit, hij weet zelfs niet dat het nog erger kan worden.
‘Help me, help me!’ krijst hij opnieuw.
Ik ruk opnieuw aan de touwen, probeer er aan te bijten, probeer ze langs de scherpe kant van het bed te schuren in de hoop mezelf los te maken. Ik móet hem helpen! Ik kan hier toch niet niets doen en kijken hoe hij dadelijk van binnen uit kapot gemaakt gaat worden.
Ik roep, ik brul, ik smeek en ik dreig, maar het haalt allemaal niets uit, want Oleg geniet gewoon verder. Hij heeft zijn broek ondertussen uitgedaan en terwijl hij met zijn ene hand de dildo op en neer beweegt is hij met zijn andere hand zichzelf aan het aftrekken.
Ondanks dat zowel Peter als ik luid aan het krijsen zijn, wordt die luidheid doorbroken door zijn sinistere, zachte stem.
‘Kort of lang?’ vraagt hij.
Shit, dit spel moet gewoon stoppen. Moet ik nu wéér kiezen. Ik kan dit toch niet meer…De jongen kijkt me aan begint naar me te roepen.
‘Niet lang, niet lang!’ gilt hij.
‘Wat wordt het Zoya?’
‘Kort,’ zeg ik verslagen.
Ik wil dit niet zien, ik kan dit niet meer! In gedachte distantieer ik me van deze plek. Mijn geest dwaalt af. Ik beeld me in dat Atlas hier bij me is. Hij houdt mijn handen vast, wrijft over mijn polsen. Rustig maar Belle, het komt goed. Laat dit los, dit heb je niet meer in de hand. Zijn leven kan je niet redden. Wel dat van jou. Wel dat van ons kind. Het enige wat jij nu moet doen is overleven. Je moet even hard zijn schat. Dit moet je volhouden. Ik hou van je. Ik kom je halen. Ik kom jullie halen, ik kom er aan. Heb vertrouwen lieve Belle. We komen weer samen. Ik hoor het diepe timbre van zijn stem. Het verwarmt mijn hart, mijn ziel, mijn lichaam. Hij heelt mijn wonden… Ik wentel me in zijn liefde.
Tot ik weer uit mijn cocon gesleurd wordt door Oleg die het flesje met hete saus naar me gooit. Het slaat tegen muur en barst in duizenden stukjes uit elkaar. Enkele druppels vallen in mijn gezicht en ik voel ze door mijn huid branden. Fuck dat doet zeer! En nog geen seconde later voel ik me verschrikkelijk dat ik in gedachten zelfs heb kunnen klagen over deze druppels. Peters hele lichaam staat vol met open wonden, hij is overgoten met die saus en heeft zelfs een dildo met die saus in zijn anus gekregen. Wat ben ik een gevoelloze trut om, al is het dan inwendig, te klagen over die druppels.
Ik wil naar Peter kijken, hem steunen op de enige manier die ik nu kan. Hem gewoon laten voelen dat hij niet alleen is, dat ik met hem mee leef. Maar mijn blik wordt door Oleg opgeëist.
‘Deze keuze zal ik wel maken vrouwtjelief.’ Hij geeft me een knipoog, steekt zijn duim door het lusje en trekt er aan. Wanneer ik Peter opnieuw hoor gillen en snikken, zie ik dat Oleg met een luide kreun op hem klaarkomt. Peter verliest zijn evenwicht en valt, waardoor de lus zich strak trekt. De schrikkeldraad snijdt diepe wonden in zijn keel. Aan de hoeveelheid bloed die hij verliest kan ik opmaken dat zijn slagader geraakt is. Hij verliest gigantisch veel bloed, zowel vanuit zijn hals als zijn anus. Ik wil mijn ogen sluiten, ik wil dit niet meer zien. Maar die stomme tangen houden mijn ogen open. Ik moet wel naar Peter kijken. Zijn strijd is niet lang, zijn keuze voor kort is door Oleg ingewilligd en na een aantal stuiptrekkingen zie ik het leven uit hem wegglijden.
Oleg trekt glunderend zijn kleren terug aan. Hij zegt een aantal dingen, maar ik voel me zo verdoofd dat de woorden niet binnen komen. Hij trekt de deur achter zich dicht en laat me hier alleen achter met Peters bengelende lichaam.
Ik roep, ik gil, ik probeer voor de zoveelste keer mijn lichaam los te rukken, maar het enige wat ik bereik is dat ik door de glasscherven wondjes maak op mijn lichaam.
Wanneer ik doorheb waar ik mee bezig ben, probeer ik mijn focus terug te vinden. Ik weet dat Atlas niet echt hier is geweest, al weet ik wel zeker dat hij zou willen dat ik alles zou doen om te overleven. Ik probeer met mijn vingers een grotere glasscherf vast te nemen. Wanneer het me eindelijk lukt, beweeg ik de scherf op en neer. Het glas snijdt even hard in mijn hand als in het touw, maar stilletjes aan wordt het touw dunner en dunner tot ik het over kan trekken. Ik ruk de ooglidspreiders van mijn ogen, maar wanneer ik ze er vanaf trek kan ik een gil niet onderdrukken; Fuck, dat doet zeer. Mijn ogen voelen ondanks de tranenzee enorm droog aan en mijn blik is wazig. Zo goed en zo kwaad als het kan maak ik ook mijn andere hand en voeten los. Godzijdank heb ik niet gekozen voor die handboeien. Ik denk dat ik hier gelegen had tot Oleg me over vier dagen nodig had of tot ik mijn eigen hand er af geknabbeld zou hebben. Ik weiger om achterom te kijken en ren met de snelheid van het licht naar buiten, naar mijn kamer.
Wanneer ik de deur van mijn kamer achter me toetrek, ren ik naar de badkamer en zet de douchekraan aan. Ik voel me ontzettend vuil, ik heb het gevoel dat ik dit vuil gevoel nooit van me af ga krijgen. Ik ga met mijn kleren onder de warme douche staan. Wanneer ik mezelf weerspiegeld zie ik het glas, trek ik met een luide gil de kleren van mijn lijf. De schaafwonden aan mijn polsen en enkels verliezen nog een klein beetje bloed, waardoor het water roze kleurt. Ik gooi de kleren woest uit de douche. Ik ben kwaad, néé ik ben razend. Ik ben wanhopig, ik ben intriest, … Ik schrob en ik probeer alles van me af te spoelen, maar het heeft geen zin. Het water spoelt dan wel weg, mijn gevoelens blijven. Ik ben gebroken.
Lees hier nu al het eerste hoofdstuk van Duistere Nachten
Hoofdstuk 1
Belle – Zoya
Iets oud, iets nieuw, iets geleend en iets blauw. Een oude traditie waarin al honderden vrouwen me zijn voorgegaan, in de hoop dat deze vier elementen hen een voorspoedig huwelijk bezorgen. Vier simpele dingen die het verschil zouden maken tussen een goed of een miserabel huwelijk. Het is een oude, mooie traditie. Heel mooi. Te mooi. Te mooi om waar te zijn. Geen wonder dat ik er niet in geloof. Het is een holle, nietszeggende belofte. Een leugen verpakt als een sprookje.
Hier zit ik dan. Ik kijk in de spiegel en zie mezelf zitten, omringd door anderen. Een kapster om mijn haar te steilen, een visagiste die de wallen onder mijn ogen probeert weg te werken en mijn kindermeisje, dat me met tranen in haar ogen aankijkt. We zijn alle vier stil. In onszelf gekeerd. Ik ben niet alleen, toch voelde het nog nooit zo eenzaam als nu.
Mijn jurk is prachtig. Een tijdloze creatie van Elie Saab. ‘Nieuw’, als teken van hoop en een prachtig nieuw begin. Zoals de traditie het voorschrijft, uiteraard. Een paar jaar terug zou het mijn droomjurk geweest zijn. Ze is gemaakt van ragfijne zijde in een zachte ivoorkleurige tint, die mijn huid minder bleek maakt. Ze is prachtig, maar ze past niet bij wie ik ben. Of beter gezegd, bij wie ik was. Ze past wel bij wie ik zal moeten zijn. Een uithangbord, Olegs paradepaardje. Mijn ‘nieuwe’ rol, mijn ‘nieuwe’ toekomst. Het ‘nieuwe’ omarmt me als een wurgslang, desondanks kan ik dat met mijn trouwjurk nog verbergen. Geen wonder, hij staat me beeldig.
Hij stónd me beeldig.
Tot de rest van die kuttraditie erbij kwam kijken. Bij de meeste bruidjes maken deze vier goedbedoelde dingen deel uit van een emotioneel en betekenisvol moment. Dat is bij mij niet anders. Het is emotioneel, al mag ik dat niet zo laten blijken. Het is zéker ook betekenisvol. Het zal mijn leven onherroepelijk veranderen.
Het ‘iets blauw’, het symbool van liefde, zuiverheid en trouw, kreeg ik gisteren van mijn aanstaande man toen hij me een blauw oog sloeg. De wereld leek even stil te staan. Ik voelde de scherpe pijn niet alleen in mijn oog, maar ook in mijn hart. Het was een klap die me letterlijk en figuurlijk dwong om de waarheid onder ogen te zien: ik ga niet trouwen met de man van mijn dromen.
Het ‘iets oud’ moet een familiestuk zijn, iets wat doorgegeven wordt van generatie op generatie. Een symbool van verbondenheid met mijn voorouders, mijn familie. De bombastische verlovingsring aan mijn rechterhand is die van mijn overgrootmoeder. Hij is van dochter op dochter doorgegeven om relaties te bezegelen. Gelukkig was mijn familie nooit zo schijnheilig om hem onder het mom van een gelukkig huwelijk door te geven. Die ring was niet voor mij, maar voor mijn zus bedoeld. Toen ze echter besloot om niet met Oleg, maar met haar bodyguard en grote liefde te trouwen, was ze de ring niet meer waardig. Net zomin als haar leven. Dat werd meteen gruwelijk duidelijk toen mijn vader haar prachtige gezicht zonder aarzelen doorzeefde met zes kogels. Dat nadat ze had moeten toekijken hoe haar grote liefde gefolterd werd. Dus een vinkje voor de verbondenheid, al betwijfel ik of het traditioneel zo bedoeld was.
Dan rest enkel nog het ‘geleende’ stukje dat me vreugde en voorspoed zou moeten geven. Tot een halfuur geleden hoopte ik nog op een redding. Lekker dramatisch zoals in een romantisch boek, of minder dramatisch. Ik was met eender welk soort redding blij geweest. Toen mijn vroegere kindermeisje, samen met haar man Osip een poging deed me hier weg te krijgen, kon ik alleen opluchting voelen. Tot we betrapt werden en naar mijn vader werden gebracht. Ik kreeg zelfs de tijd niet om te hopen dat hij niets zou doen, laat staan om te smeken. Ik wilde nog voor Osip gaan staan in een poging om hem te redden, maar ik maakte geen schijn van kans. De blik in Osips ogen, vlak voor hij een kogel door zijn hoofd kreeg, zal ik nooit vergeten. Het was geen angst, het was medelijden. Medelijden met mij. Gelovig als hij was, zal hij vast en zeker naar de hemel gaan, maar mijn leven zal een lange lijdensweg naar de hel worden. Ik vermoed dat hij dat wist…
Ik ben niet echt gelovig. Als ik in iets zou geloven, zou ik niet anders kunnen dan geloven dat iemand daarboven een godsgruwelijke hekel aan me heeft. De ‘geleende’ bloeddruppels van Osip die de onderkant van mijn trouwjurk kleuren, maken het plaatje van die godsgruwelijke hekel compleet.
Starend in de uitdrukkingsloze, blauwe ogen van mijn spiegelbeeld, zie ik een schim van mezelf. Omringd door een traditie die me leeg doet voelen. Waar ik een tijdje geleefd heb in een wereld vol kleur, vreugde, passie en liefde bij Atlas en de kinderen, voel ik me nu zwart. Niet het soort zwart dat ik aan Atlas heb toebedeeld. Nee, dit zwart is een duisternis die dieper is dan de schaduwen van de nacht zelf. Ze zeggen dat een huwelijk de mooiste dag van je leven moet zijn, maar dit voelt als de begrafenis van mezelf. Mijn hart zal niet stoppen met slaan. Ik zal leven in iedere fysieke betekenis van het woord, maar niet meer dan dat. Geen keuzes meer voor mij, geen ‘Belle’ meer zijn. Nee, ik moet mijn gevoelens uitschakelen en kleur uit mijn leven bannen. Als ik dit wil overleven is mijn enige optie dat ik mijn oude ik begraaf.
De kapster steekt mijn haar op terwijl mijn gedachten in een stroomversnelling raken. Ik voel een vonk van kracht en rebellie, een ongekende vastberadenheid om ooit weer mijn geluk te omarmen. Maar als ik dat wil, moet ik me verbergen in een cocon van gehoorzaamheid. Mijn lichaam zal een slaaf zijn, geketend door mensen die dicht bij me staan. Mijn lichaam krijgen ze, mijn innerlijke vrijheid blijft van mij. Ik zal het in stilte koesteren tot ik klaar ben om als een feniks te herrijzen.
Mijn ogen kruisen die van Yelena. Mijn kindermeisje is in deze toxische omgeving de enige die ik kan vertrouwen. In haar blik zie ik een mengeling van angst en verdriet. Ze weet dat mijn geluk op het spel staat en dat was voldoende voor haar om haar leven in de waagschaal te stellen. Hoewel haar mans bloed aan mijn jurk kleeft, staat ze hier, ondanks haar eigen verdriet, me in stilte steunend. De enige manier waarop ik haar deze steun terug kan geven, is door dit huwelijk door te laten gaan. Mijn vader weet dat Yelena mijn enige zwakte binnen zijn bastion is. Als ik haar in leven wil houden, zal ik moeten luisteren naar wat hij wil. Zolang ik zijn regels en die van Oleg volg, zal ze veilig zijn. Dus heb ik geen keuze, net zomin als zij er een heeft.
Terwijl de visagiste de laatste hand legt aan mijn make-up, zie ik mezelf in de spiegel en recht mijn rug. De jurk die me in een gouden kooi lijkt te vangen, wordt mijn harnas. Het ‘iets blauw’ op mijn gezicht is dankzij de visagiste keurig weggewerkt. Olegs teken van geweld en onderdrukking is verborgen, net zoals mijn vastberadenheid. De ‘oude’ ring van mijn zus zorgt dat ik mijn impulsiviteit onder controle houd. Hier ga ik niet uit geraken zonder een gedegen plan én de tijd om dit grondig voor te bereiden. Het ‘geleende’ stukje, de bloeddruppels van Osip, is mijn symbool van herinnering en vastbeslotenheid. Ik zal zijn offer niet tevergeefs laten zijn. Zijn dood zal geen tragische noot worden in mijn verhaal, net zomin als de dood van mijn zus.
Ik zal buigen voor mijn vader en Oleg, ik zal niet breken. Ik sluit mijn ogen en haal adem. Mijn laatste beetje zuurstof als Belle. Het licht en de kleur die ik in me heb, duw ik naar het verste kamertje van mijn ziel. Wanneer ik mijn ogen weer open en mijn adem uitblaas, ben ik Zoya. Ik ben klaar om dit huwelijk aan te gaan en me te laten overspoelen door het donker.
Ik ben duisternis, duisternis in een trouwjurk.
Lees hier het eerste hoofdstuk van Gekleurde nachten.
Mijn trommelvliezen protesteren bij het oorverdovende geluid van de schoolbel die het einde van de schooldag inluidt. Na de laatste knuffels en zwaaitjes uitgedeeld te hebben, draai ik me om en ga weer terug naar mijn lokaal. Amélie, de juf van de andere klas, kijkt vanaf haar torenhoge hakken op me neer… Mijn hart bonst als ik me afvraag wat ze nu weer te zeggen heeft. Met mijn 1 meter 65 cm ben ik al niet van de grootste, maar als er dan ook nog een giraf van 1 m 80 op stiletto’s – serieus welk mens loopt er vrijwillig een hele dag op zulke hakken om les te geven aan kinderen – met haar arendsblik naar mij zit te loensen, voel ik mij in elkaar krimpen.
‘Wij knuffelen hier geen kinderen Belle, het is belangrijk om afstand te bewaren,’ zegt ze, terwijl ze haar net iets te kort geëpileerde wenkbrauwen op een meetlatwaardige rechte lijn fronst. ‘Je moet dringend aan je professionaliteit werken als je hier wilt blijven werken. Ik bemoei me niet graag, maar ik zie me genoodzaakt om dit te melden aan onze directie als dit zo blijft.’
Ik sluit mijn ogen en negeer alle dingen die ik zo graag tegen haar zou willen zeggen, maar houd het op een ingetogen: ‘Ik zal erop letten.’ Ik gun het dat stomme mens niet om mij uit mijn schulp te lokken. Ik ruim mijn laatste spulletjes op, neem mijn tas en doe het licht uit. Met een diepe zucht loop ik de schoolpoort uit en draai linksaf. Deze vrolijke Franse steegjes zullen me nooit vervelen. De kleurrijke raamkozijnen en de bedwelmende geur van lavendel die me tegemoet komt zou ik niet meer kunnen missen. Met een stille ‘bonjour’ baan ik me een weg tussen de mensen op straat tot ik stop bij een paarse deur. Geen klassieke bel voor mevrouw Cotillard, maar zo’n heerlijk, ouderwetse bel waar ik vol enthousiasme aan klingel.
‘Entrez, ma Belle,’ zegt ze.
‘Mammie,’ roept Miley uit terwijl ze zich in mijn armen gooit. Haar prachtige, groene ogen twinkelen en overspoelen me met liefde. Mijn meisje, mijn wereld, mijn alles. Terwijl ik haar in haar jasje wurm ruik ik aan haar haartjes.
Na een laatste bonjour zet ik Miley in de draagzak. Eigenlijk is ze hier al een beetje te groot voor, maar een wandelwagen is not done in de Parijse drukte waarin ik me iedere dag begeef. Ik onderdruk enkele koude rillingen als ik haar vastklik. Dat nare geluid blijft me achtervolgen, maar ik probeer het van me af te schudden. Gelukkig is dat niet moeilijk als er zo’n engeltje zich heerlijk tegen je aan drukt.
Met een zucht van tevredenheid stappen we richting ons appartementje. Een eenkamerstudiootje is het enige wat ik me kan veroorloven. Parijs is prachtig, maar helaas ook ontzettend duur voor een alleenstaande moeder. Toch zou ik voor geen geld ter wereld mijn leventje van nu willen ruilen voor meer luxe. Harde lessen hebben me geleerd dat vrijheid de grootste vorm van luxe is die je kan hebben. Vrijheid om jezelf te zijn en zelf te kiezen welke mensen je liefhebt.
Terwijl de zon verder ondergaat vallen de oogjes van Miley dicht en al glimlachend verlies ik mezelf in mijn overpeinzingen. Genietend van de rust wandel ik verder door de straten begeleid door de muziek van de wind en de echo van mijn voetstappen. In mijn ooghoek zie ik een wit lint op de grond wapperen. Ik grinnik in mijzelf, want deze zoveelste uitdaging van het moederschap is bijna een vast ritueel geworden in onze dagelijkse wandelingen naar huis. Ik zet mijn rechterschoen op het dichtstbijzijnde bankje en bind mijn veters vast. Terwijl ik de laatste hand leg aan mijn strik hoor ik een luide knal. Mijn lichaam schiet meteen in overlevingsmodus en mijn ogen scannen de omgeving. Niets te zien. Ik haal diep adem, sla mijn armen rond Miley en druk mezelf tegen de muur van het steegje.
‘Niets aan de hand Belle,’ fluister ik mezelf toe. Ik maak me klein en begin in mijn hoofd te tellen terwijl ik me stilhoud. Maar er gebeurt niets. Zou ik het me inbeelden? Ik scan nogmaals de omgeving en besluit gewoon door te stappen. Veilig voel ik me niet, maar we moeten naar huis. Ik haal nogmaals adem en zet een stap. En nog één. En nog één…
‘Verstand op nul en gewoon gaan,’ fluister ik tegen mezelf. Ik raas het steegje door en haal opgelucht adem, ik ben er bijna. Mijn hoofd draait zich automatisch om in ieder zijstraatje te checken of het veilig is. Wanneer ik naar links kijk, ren ik verder tot het plots tot mij doordringt wat ik zag. Mijn lichaam verstijft en even word ik teruggekatapulteerd naar een ver verleden.
Ik doe mijn ogen dicht en ga terug naar het moment dat me tot stilstand bracht. Een spoor van bloed naar een man die een andere man aan het wurgen was. Ik hoor gegorgel, een reutelende ademhaling. Ik omklem Miley nog wat harder zonder haar wakker te maken en maak me klaar om de longen uit mijn lijf te rennen. Maar iets houdt me tegen. Kan ik dit? Kan ik weglopen van iemand in nood? Kan ik dit laten gebeuren?
Zachtjes sluip ik terug en kijk om het hoekje. Het is donker, maar door de takken van de bomen schijnt de maan op twee mannen. Een man met een zwarte, leren jas houdt zijn handen op de keel van een andere man. De reutelende ademhaling en licht uitpuilende ogen van de man die tegen de muur geduwd wordt, geven aan dat hij niet meer lang te leven heeft. Zijn ogen draaien weg en vlak voor hij zijn ogen sluit ontmoeten ze de mijne. Voor een nanoseconde klikken onze blikken in elkaar.
Snel duw ik me weer naar achter. Shit! Ik moet maken dat ik hier wegkom! Mijn hersenen weten precies wat ik moet doen, maar mijn lichaam werkt niet mee. Ik verstijf en blijf stil staan terwijl er een ongelooflijk dom idee begint te groeien…
‘Nee,’ zeg ik tegen mezelf. ‘Nee! Dat leven is voorbij, je hebt nu een heel ander leven!’
Toch neemt mijn oude ik het over en in plaats van te maken dat ik zo snel mogelijk weg ben, nemen mijn benen hun eigen beslissing en brengen me naar de mannen. De man in zijn leren vestje heeft niets door tot ik met mijn ene hand een wijsvinger in zijn rug por en met mijn andere hand de gesp van de draagzak los klik. Het geluid dat lijkt op het trekken van de haan van een revolver klinkt door de straat.
‘Handen omhoog klootzak,’ sis ik met opeengeklemde kaken. Hij laat zijn handen zakken en staat op het punt om zich om te draaien. Nee nee nee niet omdraaien smeek ik in stilte en dan komt het als een klap binnen. Wat ben ik aan het doen? Ik heb een baby bij mij! Fuck!!
‘Voor je kijken,’ sis ik. Op dat moment opent de man tegen de muur zijn ogen. Mijn hart staat stil en ik besef dat ik de grootste fout in mijn leven gemaakt heb…Deze man met zijn gouden ogen is geen slachtoffer, het is een roofdier dat op het punt staat om aan te vallen. Zijn inktzwarte pupillen vergroten een beetje en kijken me recht aan. Van het gegorgel en de kortademigheid van zojuist is geen spoor meer te bekennen. Terwijl ik probeer te bevatten wat er allemaal aan het gebeuren is, zie ik zijn mondhoeken trillen om de gemeenste lach ooit op zijn gezicht te brengen. Terwijl hij zijn tanden bloot lacht, kijkt hij naar de man met zijn lederen jas en zegt: ‘Paolo’.
Ik voel de man voor mij trillen, de angst golft van zijn lichaam. Als het roofdier zijn armen naar voren brengt om Paolo vast te nemen, haken zijn ogen zich vast in de mijne. Voor heel even lijken we de enige twee mensen op de wereld en staan we niet in dit Pandoriaans steegje… Maar als zijn ogen afdwalen en hij de baby in de draagzak en mijn wijsvinger in de rug van zijn tegenstander ziet, zie ik zijn ogen vernauwen. Hij neemt Paolo vast en houdt hem omhoog. Hij is reusachtig, want hij kan Paolo, die toch echt geen kleine man is, zomaar omhoog houden. Met een grom gooit hij zijn tegenstander op de grond en vliegt dan op hem af om dit af te maken.
Ik twijfel geen seconde en zet het op een lopen. Mijn overlevingsinstinct weet precies wat het moet doen. Niet de meest voor de hand liggende weg, links, links, rechts, links. Gelukkig is er nog iets van mijn conditie over, al staan mijn longen in brand. Miley is wakker geworden van al dat geschud tijdens het lopen, maar gelukkig is ze stil. Ze lijkt het allemaal zelfs leuk te vinden. Ik kijk achter me en spits mijn oren. Er is niets te horen… Zou het veilig zijn?
Eenmaal binnen sluit ik de deur en doe meteen alle gordijnen dicht. Ik plof neer op de sofa en voel de tranen in mijn ogen prikken. Mijn handen trillen zo erg dat ik de draagzak amper kan afdoen. Als ik Miley eindelijk bevrijd heb uit de draagzak houd ik haar tegen me aan en barst in snikken uit.
Wat heb ik gedaan!? Hoe kon ik dit doen?! Hoe kon ik dit mooie wezen zo in gevaar brengen, hoe kon ik mezelf zo in gevaar brengen? Alles, heel mijn leven heb ik op het spel gezet voor iemand die niet eens gered moest worden. Dit is, by far, het domste wat ik nu, in deze situatie, kon doen. De tranen stromen over mijn wangen en druppelen over Miley’s gezichtje. Ze kijkt me aan met haar mosgroene ogen en haar wimpertjes fladderen troostend tegen me aan. Haar vingers omklemmen een plukje losgekomen haar van mij en trekken er aan. Bij mijn ‘auw’ begint ze te lachen.
‘Mammie, mammie, Maleeh wil bootram.’
Ik haal diep adem en tel langzaam van tien tot nul. Tien seconden om mijn tranen te verdrijven en me terug rustig te krijgen. Focus Belle, focus op het nu, op datgene wat goed loopt. Als mijn tien seconden voorbij zijn, plant ik een kusje op Miley haar hoofdje, zet haar op het speeltapijt en geef haar een bak met blokken om mee te spelen. Ik draai me om en rol mijn schouders naar achter. Heel mijn lichaam voelt stijf en koud aan van de spanning. Het lijkt allemaal zo onwezenlijk dat dit juist mij moet overkomen.
Terwijl ik enkele boterhammen smeer voor Miley keer ik in gedachten terug naar het moment in dat steegje. Die prachtige roofdierogen blijven me achtervolgen, ogen die voor een seconde in het diepste van mijn ziel leken vast te klikken, alsof er een connectie was. Naarstig schud ik mijn hoofd als ik besef wat voor een gekke kronkels mijn hoofd aan het maken is. Connectie? De connectie tussen roofdier en prooi is ook een connectie, maar niet eentje waar ik bewust voor zou kiezen. Als Miley haar boterhammen aan het eten is, neem ik de tijd om de rommel die ze gemaakt heeft op te ruimen en haar badje vol te laten lopen. In de hoop dat enkele druppels etherische lavendelolie zowel haar als mij tot rust zullen brengen, voeg ik wat toe aan het water. Na het bad is het bedtijd. Na een laatste knuffel en een kus is het muisstil in het appartement. Hoewel de geluiden van de stad altijd aanwezig zijn, klinkt zelfs het gewoonlijke stadsgedruis nu als een oorverdovende stilte.
‘Oké, tijd voor een plan,’ mompel ik tegen mezelf terwijl ik een kopje kruidenthee voor me zet. Ik ga aan de keukentafel zitten om mijn opties te overlopen. Is het tijd om te vertrekken uit Parijs en nieuwe horizonten te gaan verkennen of is het nog veilig genoeg om hier te blijven? Toen mijn vader ons in Ierland op het spoor was gekomen, was ik veel van mijn geld kwijt aan het uitbouwen van mijn nieuwe identiteit en had ik amper voldoende om te voorzien in het levensonderhoud van Miley en mij. Het huidige saldo van mijn bankrekening bestaat uit drie miezerige cijfertjes en de inhoud van mijn portemonnee stelt al helemaal niet veel voor. Er is niet voldoende om opnieuw een andere identiteit te kopen en zonder papieren of diploma’s kan ik alleen maar de miezerigste, onderbetaalde baantjes krijgen. Zo kan ik niet voor Miley zorgen, terwijl ik wel een belofte heb gedaan waar ik me niet alleen aan wil, maar ook aan moet houden. Zoveel ben ik wel verplicht aan Sophie. Sophie… Mijn ogen branden en het gemis van mijn mooie, prachtige en veel te lieve vriendin komt als een klap binnen. Ik moet dit goed doen! Er is geen ruimte meer voor fouten. En opnieuw zeg ik de woorden die Sophie zo vaak in mijn oren heeft gefluisterd tegen mezelf: ‘Focus Belle, jij kan dit!’.
Ik moet zorgen dat ik via een andere weg bij de onthaalmoeder en de school geraak. Niet meer via die smalle achtersteegjes. Dan liever een half uur langer onderweg. Misschien mezelf ook minder herkenbaar maken? Mijn jas, muts en sjaal zijn een bonte mengelmoes uit de tweedehandswinkel. Een grote, groene, wollen jas met een okergele sjaal en een muts in alle kleuren van de regenboog. Die zijn wel heel snel ter herkennen. Dus morgen naar de tweedehandswinkel. Als ik deze jas inwissel, krijg ik misschien nog wat geld terug om een andere jas met wat korting te kunnen kopen. Al zuchtend nip ik van mijn steeds kouder wordende thee. Geld maakt niet gelukkig, zeggen ze, maar het helpt wel. Het wordt een uitdaging om de komende tijd nog meer geld opzij te leggen, maar het is niet dat er een keuze is. Er moet een plan B zijn en daarvoor heb ik geld nodig. Veel meer geld dan dat ik nu heb, dus dat wordt de komende tijd iedere cent twee keer omdraaien of beter gezegd een derde keer want dat twee keer omdraaien daar ben ik ondertussen al een specialist in.
‘Verdomme!’
